Conclusie
middelbevat de klacht dat het oordeel van de rechtbank, voor zover dat inhoudt dat het motorblok en de versnellingsbak van diefstal afkomstig zijn en daarmee van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is de wet of het algemeen belang, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd.
als wettig betaalmiddelmaakt dat het ongecontroleerd bezit ervan niet in strijd kan zijn met de wet of het algemeen belang. [9] Auto-onderdelen zijn echter geen wettig betaalmiddel en de omstandigheid dat ze gestolen zijn, kan het op zichzelf beschouwd onschuldig karakter van die goederen in samenhang met het mogelijke gebruik zodanig veranderen dat het ongecontroleerd bezit ervan (toch) in strijd is met de wet of het algemeen belang. [10] Daarbij merk ik op dat de klacht dat de rechtbank niets heeft vastgesteld omtrent het mogelijke gebruik van de gestolen onderdelen feitelijke grondslag mist, aangezien de rechtbank heeft overwogen dat niet is uitgesloten dat het bezit daarvan afbreuk doet aan een effectieve voorkoming en bestrijding van met gestolen auto-onderdelen bedreven handel. In deze overweging ligt naar mijn mening besloten dat alleen al het bezit van gestolen auto-onderdelen op gespannen voet staat met de bestrijding van de handel hierin (zijnde het mogelijke gebruik) en dat daarin de strijd met het algemeen belang gelegen is. [11] Daarom kan niet worden gesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter de gestolen onderdelen aan het verkeer onttrokken zal verklaren. Het oordeel van de rechtbank getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.