Conclusie
als verklaring van verdachte:
verklaring van verdachte:
als verklaring van verdachte:
als verklaring van verdachte:
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2]:
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2]:
als relaas van verbalisant(en):
Audi A8 lang TDI Quattro, kenteken [kenteken]
Volvo S80, kenteken [kenteken]
Mercedes E270 CDI Combi, kenteken [kenteken]
Volvo S80 D5 Automaat, kenteken [kenteken]
Audi 8, kenteken [kenteken]
Volvo S80 D5 automaat, kenteken [kenteken]
Audi A8, kenteken [kenteken]
Volvo S80, kenteken [kenteken]
Audi A6, kenteken [kenteken]
Audi S8, kenteken [kenteken]
Volvo S60 2.4D automaat, kenteken [kenteken]
Audi A6 4.2 TDI 240kw, kenteken [kenteken]
Audi A8 TDI 171kw Quattro, kenteken [kenteken]
Volvo S80 automaat, kenteken [kenteken]
Audi A6 Avant Quattro 121kw. kenteken [kenteken]
eerste middelkeert zich tegen de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit – deelneming aan een criminele organisatie – en klaagt dat (i) het bestaan van deze organisatie, (ii) de deelneming daaraan door de verdachte en (iii) het opzet van de verdachte op die deelneming niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen volgen, dan wel dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de namens de verdachte gevoerde bewijsverweren ten aanzien van feit 1 heeft verworpen.
tweede middelklaagt met betrekking tot de bewezenverklaring van het tweede bewezenverklaarde feit – het medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst – dat de pleegdatum, de valsheid van uittreksel “2-D-004-01-02, pag. 9374” en het opzet op die valsheid, alsook de bewijsbestemming van uittreksel “2-D-011-02-01, pag. 10056” en het overleggen van dit document niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid, dan wel dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de namens de verdachte gevoerde bewijsverweren ter zake van feit 2 heeft verworpen. Blijkens de toelichting stelt het middel daarbij dat het bestreden arrest tegenstrijdigheden bevat inzake de vraag of deze bewezenverklaring het oog heeft op één geval of op twee gevallen van gebruik maken van een vals geschrift.
derde middelklaagt aangaande feit 3 – medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (Overeenkomst starterspakket ABN Amro en Overeenkomst Rabo Ondernemerspakket met startersvoordeel) – dat de valsheid van de ABN Amro overeenkomst alsmede het opzet van de verdachte en/of haar medeverdachte op de valsheid van beide overeenkomsten ten tijde van het afsluiten daarvan en daarmee ook het voor art. 225 Sr Pro vereiste oogmerk uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid, dan wel dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de namens de verdachte gevoerde bewijsverweren ter zake van feit 3 heeft verworpen.
vierde middelkeert zich tegen het vierde bewezenverklaarde feit – medeplegen gewoontewitwassen – en klaagt dat de herkomst uit misdrijf van de bankrekeningen en het opzet bij de verdachte op de herkomst uit misdrijf niet uit bewijsmiddelen kan worden afgeleid, dan wel dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd de namens de verdachte gevoerde bewijsverweren ter zake van feit 4 heeft verworpen.
opzetwitwassen dat heeft bestaan in het verhullen van de rechthebbende op voorwerpen, zijnde de bankrekeningen die ook bij feit 2 en 3 centraal stonden en de saldo's, daarop en 15-auto's. 4.2. Ter terechtzitting In hoger beroep is door de raadsman van requirant vrijspraak voor dit feit bepleit.