Conclusie
middelhoudt in dat het hof het bepaalde in art. 408 Sv Pro heeft geschonden door de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de verdachte tijdig hoger beroep had ingesteld binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na bekendmaking van het vonnis. Het hof had de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het vonnis op 9 juli 2015 aan hem was betekend, waarbij werd aangenomen dat hij voldoende op de hoogte was van de inhoud en daardoor tijdig had kunnen reageren.
De verdachte was veroordeeld wegens schuldheling tot een gevangenisstraf van één week. De advocaat van de verdachte stelde cassatiemiddel in dat het hof het bepaalde in art. 408 Sv Pro had geschonden door de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de verdachte bekend was met de inhoud van het vonnis, terwijl dit niet was vastgesteld en ook niet aannemelijk was dat de verdachte daadwerkelijk op de hoogte was gesteld van de aard en zwaarte van de straf.
De Hoge Raad benadrukte dat het enkel mededelen van het vonnis en de mogelijkheid om informatie te verkrijgen niet betekent dat de verdachte bekend is met de inhoud. De eis dat de verdachte zelf had moeten informeren naar de inhoud van het vonnis vindt geen steun in de rechtspraak. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.