Conclusie
niet verschenen
1.Feiten
“ik heb u mail ontvangen wat betreft het bedrag wat ik zal krijgen van de tegen partij. Wat uitkomt op 25.000- euro. (....) Ik stuur u deze mail om te zeggen dat ik daarmee akkoord ga”. [3]
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1richt zich met verschillende motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat het beroep van [verweerder] op dwaling slaagt.
Onderdeel 2houdt in dat het hof de stelplicht- en bewijslastverdeling bij dwaling heeft miskend.
Onderdeel 3richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de verwerping door het hof in rov. 3.18 van het door Witlox gedane bewijsaanbod. Ten slotte bevat het middel een voortbouwende klacht.
heeft aangevoerd dat hij niet wist dat Witlox voor haar werkzaamheden zowel een resultaatafhankelijke beloning van 25% van de voor [verweerder] verkregen schadevergoeding als een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten zou ontvangen en dat hij overeenkomst I niet zou zijn aangegaan als hij dit wel had geweten”).
tekstuele inhoudvan de beloningsstructuur in overeenkomst I, en anderzijds bekendheid met de
gevolgenof
implicatiesvan die beloningsstructuur. De klachten benadrukken immers dat [verweerder] bekend was met de tekstuele inhoud van de beloningsstructuur omdat hij daarvoor getekend heeft.
nietheeft gerealiseerd wat de gevolgen van die beloningsstructuur behelsden en hij zich met name niet bewust was van het feit dat Witlox daarmee een dubbele beloning voor zijn werkzaamheden zou kunnen ontvangen. In dit opzicht heeft [verweerder] dus niet een juiste voorstelling van zaken gehad over de in de overeenkomst opgenomen beloningsstructuur. Het hof heeft hiermee geen onbegrijpelijke uitleg gegeven aan de stellingen van [verweerder], nu hij ter comparitie bij de rechtbank heeft verklaard dat hij
niet wistdat Witlox
ook€ 7.000,- aan buitengerechtelijke kosten van de verzekeringsmaatschappij ontving. [11] In deze verklaring ligt immers besloten dat [verweerder] zich niet realiseerde dat de beloningsstructuur waarvoor hij had getekend tot een
dubbelebeloning voor Witlox zou kunnen leiden. Het oordeel van het hof sluit bovendien aan bij de stelling van [verweerder] dat hij het
raarvindt dat, zoals achteraf blijkt, Witlox door de beloningsstructuur van overeenkomst I evenveel vergoeding krijgt als hij zelf. [12]
Ik moet u eerlijk zeggen dat ik er vanuit ging en voor zover ik weet dat het eind resultaat wordt gedeeld”. Ook het hof gaat er immers vanuit dat [verweerder] bekend was met de resultaatafhankelijke beloning die vervat was in alinea 6 van overeenkomst I. Waar het om gaat, is dat [verweerder] zich niet heeft gerealiseerd dat de beloningsregeling impliceerde dat Witlox daarnaast
ookeen vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van de wederpartij, althans diens verzekeraar, zou ontvangen.
Deze handelwijze wijst eerder op het verheimelijken van de beloningsstructuur neergelegd in overeenkomst I”) niet dragend is voor de beslissing van het hof. De overweging is immers slechts een steunargument voor het oordeel van het hof dat Witlox niet heeft voldaan aan haar voorlichtingsplicht jegens [verweerder]. Meer in het bijzonder vormt de overweging een weerlegging van de stelling van Witlox dat zij ‘volledig transparant’ is geweest over de beloningsstructuur jegens [verweerder]. Eerst overweegt het hof dat uit de eigen stellingen van Witlox níet volgt dat zij ‘volledig transparant’ is geweest, nu (i) deze daarvoor te algemeen zijn, (ii) Witlox zelf heeft verklaard dat zij [verweerder] heeft verteld dat Witlox werkt volgens een resultaatafhankelijk beloningssysteem, maar (iii) dat uit de stellingen van Witlox niet volgt dat zij [verweerder] erop heeft gewezen dat zij
daarnaasteen resultaat
onafhankelijk vergoeding verlangt (rov. 3.14). Aan zijn oordeel dat Witlox niet volledig transparant is, voegt het hof in rov. 3.15 dan nog toe dat haar handelwijze om tegenover GRM en Nh1816 gebruik te maken van overeenkomst II, eerder wijst op het verheimelijken van de beloningsstructuur van overeenkomst I. Met andere woorden, ook zonder deze toevoeging blijft ’s hofs oordeel over het gebrek aan transparantie van Witlox in rov. 3.14 overeind.
onderdeel 2betoogt Witlox ten eerste dat het hof in met name rov. 3.16 heeft miskend dat op de partij die zich op dwaling beroept, de stelplicht en bewijslast rusten ten aanzien van de vereisten dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten. Hier komt bij dat, zoals Witlox ook heeft aangevoerd, de getekende overeenkomsten dwingend bewijzen wat partijen zijn overeengekomen (procesinleiding onder 13). [17]
onafhankelijke vergoeding zoals bepaald in alinea 5 verlangde. Ook hiermee heeft het hof niet miskend dat [verweerder] de stelplicht en bewijslast draagt van zijn beroep op dwaling; uitgaande van de onwetendheid van [verweerder] over de gevolgen van de beloningsstructuur in overeenkomst I én voortbouwend op de door het hof aangenomen inlichtingenplicht van Witlox, oordeelt het hof dat Witlox onvoldoende heeft onderbouwd dat zij wél heeft voldaan aan deze plicht.