Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Feiten
blz. 17/18)[ [5] ]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wetgever deze keuze mogen maken. De rechtbank oordeelt ten slotte dat uit de hiervoor onder 6.1 vermelde wetsgeschiedenis [6] niet volgt dat het door eiser gestelde verlies door hem als verlies uit aanmerkelijk in aanmerking kan worden genomen.
3.Het geding in cassatie
4.Lucratief belang en artikel 1 EP Pro EVRM
De wet, de parlementaire geschiedenis en het EVRM
Fiscale Encyclopedie de Vakstudieheeft ter zake van het verschil in fiscale behandeling van verliezen uit onmiddellijk en middellijk gehouden lucratieve belangen geschreven: [26]
Fiscale Encyclopedie de Vakstudieheeft geschreven in aantekening 1.20.1. over het verschil in behandeling tussen positieve en negatieve resultaten van middellijk houden lucratieve belangen: [28]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 november 2017, nr. 16/01187, NTFR 2017/3117, volgt het oordeel van de rechtbank. Volgens het Hof heeft belastingplichtige (in privé) 'ter zake van de verkrijging van het middellijk gehouden lucratief belang niets opgeofferd. (…) Het resultaat uit overige werkzaamheden is daarom nihil.' Aftrek in box 1 als negatief resultaat uit een werkzaamheid is niet mogelijk. Dat geldt ook voor aftrek in box 2 als negatief vervreemdingsvoordeel, omdat om 'een negatief vervreemdingsvoordeel in aanmerking te kunnen nemen, dienen de aanmerkelijkbelangaandelen in [de topholding] vervreemd te worden.'