Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof is afgeweken van door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunten die het bewijs betreffen zonder in het bijzonder daartoe toereikende redenen op te geven. Het eerste onderdeel komt op tegen de conclusies die het hof heeft getrokken uit het gebruik op 27 februari 2014 van de aangeschafte telefoons. De inhoud van de communicatie via die telefoons is onbekend. Het tweede onderdeel betreft de verwerping door het hof van het alibi van verdachte. Dat alibi is gebaseerd op zendmastgegevens betrekking hebbende op twee telefoons. Uit die gegevens zou zijn af te leiden dat verdachte niet in de buurt was toen de moord plaatsvond en evenmin te linken is aan het in brand steken van de bij de moord gebruikte scooter. Het derde onderdeel van het middel stelt dat het hof ten onrechte consequenties heeft verbonden aan het gebruikmaken van het zwijgrecht door verdachte omdat er geen redengevende omstandigheden zijn die slechts door een redelijke verklaring van verdachte kunnen worden ontzenuwd. Bovendien heeft het hof in wezen het zwijgrecht van verdachte uitgehold.
Vooropgezet plan
Ad f) Alibi
tweede middelklaagt over schending van de redelijke termijn in cassatie. Het cassatieberoep is ingesteld op 30 november 2016 en de stukken van de zaak tegen verdachte zijn eerst op 22 december 2017 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.