Conclusie
middelbetreft de beslissing inzake de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Het hof heeft, aldus het middel, een beslissing genomen ‘op de oorspronkelijk door het Openbaar Ministerie gedane vordering, als bedoeld in artikel 14g, eerste lid Wetboek van Strafrecht, tot tenuitvoerlegging van voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl deze gelet op de mondelinge wijziging van die vordering ter zitting, niet langer aan de orde was in hoger beroep’.
Stb.1986, 593) ten aanzien van art. 14g, eerste lid, Sr inhoudt: