Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [betrokkene 1] :
Dit proces-verbaal houdt in, zakelijk weergegeven, als relaas van voornoemde verbalisanten:
Dit proces-verbaal houdt in, zakelijk weergegeven, de op 30 mei 2014 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte] .
“3. Een geschrift, zijnde een auto huurovereenkomst van verhuurder [A] (Den Brielstraat te Amsterdam) met huurder [verdachte] .
Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Huurder: [verdachte]
Verhuurdatum 4 april 2014
Retourdatum: 14 april (de politierechter leest: 14 april 2014)
Omschrijving: Toyota Aygo, kenteken [AA-00-BB] .
Ondertekend door de huurder en verhuurder.”
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is sprake van wederrechtelijke toe-eigening indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort. Weliswaar levert het enkele nalaten een gehuurde auto tijdig terug te brengen geen verduistering op, maar gelet op de volgende bijkomende omstandigheden is het hof van oordeel dat sprake is van meer dan alleen het niet tijdig retourneren van de auto.
4.De middelen
eerste middel, gelezen met de toelichting daarop, klaagt dat voor strafbare verduistering van een huurauto is vereist dat de huurder die de auto niet tijdig terugbrengt schriftelijk in gebreke dient te worden gesteld, stelt het een eis die het recht niet kent. In zoverre faalt het middel. Voor zover het middel klaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester heeft beschikt over de betreffende huurauto, heeft het volgende te gelden.
Het hof heeft in de onderliggende zaak eveneens vastgesteld dat de verdachte de gehuurde auto onder zich heeft gehouden tot hij op 30 mei 2014 door de politie werd aangehouden, en dat de verhuurder [A] op diverse wijzen heeft getracht contact op te nemen met de verdachte, maar dat de verdachte daar niet op heeft gereageerd en voor de verhuurder onbereikbaar was. Weliswaar is er geen sprake van het storneren van de betaling van een door de verhuurder aan de verdachte toegezonden factuur, maar wel is vastgesteld dat toen een medewerker van [A] de verdachte op 30 mei 2014 met de betreffende auto zag rijden en achter hem aan wilde rijden, de verdachte er met hoge snelheid vandoor is gegaan.
tweede middelkomt, zoals eerder gezegd, op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte zich de huurauto opzettelijk en wederrechtelijk heeft toegeëigend.