Conclusie
middelkomt op tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 2.
B. De post crediteuren
C. Het niet opgenomen zijn (in jaarrekeningen/balansen van een pandrecht
conceptjaarrekening” en Bos noemt het “een geconsolideerde balans”.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de verkoop van het bedrijf [A] B.V. in april 2004, waarbij verdachte gebruik maakte van balansen en jaarrekeningen met onjuiste of ontbrekende gegevens. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van valse jaarrekeningen (feit 2) en oplichting (feit 3), maar vrijgesproken van valsheid in authentieke akte (feit 1).
Het cassatieberoep richt zich op de bewezenverklaring van feit 2, waarbij onder meer de onjuistheid van de posten belastingen en premies, crediteuren en het niet vermelden van een pandrecht aan de orde zijn. Het hof oordeelde dat verdachte opzettelijk onjuiste bedragen vermeldde en zich bewust was van de onjuistheden, ondanks verweren van de verdediging.
De Hoge Raad stelt ambtshalve vast dat het onder 3 tenlastegelegde feit (oplichting) is verjaard, waardoor de vervolging daarvoor niet ontvankelijk is. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van feit 2. De Hoge Raad bevestigt dat de financiële overzichten, ook al zijn ze geen wettelijke jaarrekeningen, als bewijsmiddelen kunnen dienen en dat het niet vermelden van het pandrecht relevant is voor de waarde van de aandelen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd, vervolging voor oplichting niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van het gebruik van valse jaarrekeningen.