Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel (of klacht) 1, (sub) onderdeel 2onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd dat [verzoeker] hiervoor onvoldoende (gespecificeerde) informatie heeft verschaft, omdat [verzoeker] in zijn toelatingsrekest rept over “vonnissen / aanslagen / titels tot incasso van de belastingdienst en [C]” en het faillissementsrekest van de Belastingdienst als bijlage bij zijn toelatingsrekest is gevoegd, zodat het hof over relevante informatie van de opvattingen van de Belastingdienst beschikte.
ontstaanvan schulden als ten aanzien van het
onbetaald latenervan (ook al doet de wetstekst anders vermoeden) [13] . Verder is van belang dat ook als de goede trouw ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van één schuld ontbreekt (in ons geval bijvoorbeeld voor de belastingschulden), volgens de rechtspraak van Uw Raad niet is voldaan aan deze goede trouw toets [14] .
Belastingdienst
alledoor de Belastingdienst gevraagde bescheiden verstrekt waaronder massa’s bankafschriften van vennootschappen waarvan de belastingdienst meende dat [verzoeker] daar enorme winsten in had genoten. Partijen lijken op dit moment het voorliggende vraagstuk naar de reële omvang van de belastingschuld van [verzoeker] en diens betalingsmogelijkheden praktisch en constructief te willen benaderen. [verzoeker] heeft begin deze week bij monde van zijn advocaat een ultiem voorstel gedaan om alle openstaande schulden te begroten en te regelen. Het spreekt voor zich dat [verzoeker] zich ook daarin tot het uiterste inzet, waarbij hij tegelijkertijd rekening heeft te houden met de gerechtvaardigde belangen van andere crediteuren.
In dat kader meen ik ook dat het in de rede zou liggen wanneer uw rechtbank alvorens een beslissing te nemen het antwoord van de belastingdienst afwacht en daartoe de behandeling van dit verzoek schorst / haar uitspraak aanhoudt. Zulks temeer nu ik van mr. Kan heb begrepen dat ook de inspecteur van de Belastingdienst nog recent heeft aangegeven een compromis te willen aftasten. Komt [verzoeker] tot een regeling met de belastingdienst dan kan een staat van insolventie worden voorkomen ( [verzoeker] zou dan zijn WSNP aanvraag kunnen intrekken), nogmaals [verzoeker] is met al zijn crediteuren in constructief overleg en ziet ook mogelijkheden om zijn situatie ten goede te keren.
alledoor de belastingdienst genoemde aanslagen administratieve procedures door [verzoeker] ’s fiscale advocaat zijn ingesteld. Geen van de aanslagen staat vast.
nietvoor deze schuld aansprakelijk gesteld.
geen schulden.”
onderdeel (klacht) 2kunnen we kort zijn.
in finemede is gedoeld op het ontbreken van gegevens over het ontstaansmoment van de schulden, het hof dan heeft miskend dat [verzoeker] niet betwist dat de door hem opgevoerde schulden zijn ontstaan binnen vijf jaar voorafgaand aan indiening van het toelatingsverzoek, mist feitelijke grondslag, omdat dat niet in deze overweging valt te lezen.
belastingschulden. Zodoende kon het hof begrijpelijk oordelen dat [verzoeker] te weinig heeft aangedragen om de goede trouw toets uit te kunnen voeren met betrekking tot in ieder geval de belastingschulden en we zagen al in 2.5 dat wanneer de goede trouw ten aanzien van één schuld niet kan worden aangenomen, dat voldoende is om toelating tot de schuldsaneringsregeling te weigeren. Dus zelfs als met de overgelegde dossiers wel voldoende informatie is verschaft voor de goede trouw toets van de schulden aan Artesia en de curator, dan is dat met betrekking tot de belastingschulden niet het geval. Dat draagt zelfstandig de geweigerde toelating en bij die stand van zaken bestaat geen belang bij deze klachten van onderdeel 2, die ik verder inhoudelijk onbesproken laat.