Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
informed consent’ [8] )ten aanzien van de opname. Om die reden is (thans) in art. 60 lid 1 Wet Pro Bopz bepaald:
informed consent’) opgenomen patiënt kan op elk door hem gewenst tijdstip het ziekenhuis verlaten. Indien een persoon op wie art. 60 Wet Pro Bopz toepassing heeft gevonden, blijk geeft het verblijf in de verpleeginrichting te willen beëindigen, is artikel 2, vierde lid, van die wet van toepassing (zie art. 61 lid 2 Wet Pro Bopz). Art. 2, vierde lid, Wet Bopz houdt, kort gezegd, in dat een rechterlijke machtiging is vereist voor een voortzetting van het verblijf indien de betrokkene blijk ervan geeft het vrijwillig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis (hier: verpleeginrichting) te willen beëindigen [11] .
a fortiorigeen sprake zijn van de nodige bereidheid. Onderdeel II faalt.
benefit of the doubt’een passend uitgangspunt zijn.