ECLI:NL:HR:2002:AE8476
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering en procedurele tekortkomingen
De Officier van Justitie in Utrecht verzocht op 16 mei 2002 om een machtiging tot voortgezet verblijf van verzoekster in een psychiatrisch ziekenhuis, met een geneeskundige verklaring van 8 mei 2002. De Rechtbank verleende deze machtiging op 18 juni 2002 na het horen van ouders, advocaat en artsen, terwijl verzoekster zelf niet verscheen. Verzoekster stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of de arts die de verklaring aflegde, de persoon zelf had benaderd en of de verklaring voldeed aan de vereisten van de Wet Bopz. Tevens was de motivering over het gevaar onvoldoende, omdat de verklaring gebaseerd was op oude gegevens en niet aannemelijk maakte dat het gevaar ook na afloop van de machtiging zou voortduren. Daarnaast was de rechtbank onterecht uitgegaan van aantekeningen die niet aan de raadsvrouw van verzoekster waren voorgelegd.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Utrecht voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij de motivering en procedurele waarborgen beter in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Utrecht.