Conclusie
eerstemiddel behelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte opzettelijk cocaïne heeft ingevoerd onbegrijpelijk is en/of dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd en/of dat het hof heeft verzuimd (genoegzaam) de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte per abuis op Schiphol een niet aan haar toebehorende koffer van de bagageband heeft gepakt.
tweedemiddel bevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, doordat het hof de stukken te laat heeft ingezonden.