21. Verder voert de steller van het middel (onder 14) aan dat het hof de mogelijkheid dat een ander – vermoedelijk de werkelijke eigenaar van de zwart-rode koffer waarin de cocaïne werd aangetroffen – de koffer van de verdachte van de bagageband heeft gepakt ontoereikend heeft weerlegd, namelijk slechts met de overweging dat die stelling niet voldoende is onderbouwd.
22. Het hof heeft blijkens de nadere bewijsoverweging in de aanvulling op het verkorte arrest geoordeeld dat de enkele stelling van de verdachte dat de koffer mogelijk door een ander van de bagageband is gepakt en meegenomen, niet aannemelijk is geworden. Ook dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. In het licht van hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, is dat oordeel voorts toereikend gemotiveerd, zodat de daartegen gerichte klacht faalt. Datzelfde geldt voor het oordeel van het hof dat de verdachte, door het op de tafel slaan en op de grond gooien van één van haar telefoons, heeft geprobeerd te bewerkstelligen dat de geheugeninhoud van deze telefoon niet bij verder onderzoek zou kunnen worden betrokken.
23. Uit het voorgaande volgt dat het hof genoegzaam – deels in de bewijsmiddelen, deels in aanvullende overwegingen – de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het in het middel bedoelde standpunt dat de verdachte per abuis een niet aan haar toebehorende koffer van de band heeft gepakt.
24. Het eerste middel faalt.
25. Het
tweedemiddel bevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, doordat het hof de stukken te laat heeft ingezonden.
26. Het beroep in cassatie is ingesteld op 1 juli 2016. De stukken van het geding zijn op 6 april 2017 bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de inzendtermijn van acht maanden inderdaad is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.
27. Het tweede middel slaagt.
28. Het eerste middel faalt. Het tweede middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
29. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.