Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
vanaf kerst2015 tot 14 of 15 januari 2016 in Rusland verbleef.
Parket bij de Hoge Raad
Partijen zijn gescheiden en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig ten tijde van de procedure. De man was verplicht kinderalimentatie te betalen voor het minderjarige kind. Er ontstond discussie over de ingangsdatum van een wijziging van de alimentatie en de terugbetaling van te veel betaalde bedragen door de vrouw. Het hof bepaalde dat de wijziging van de alimentatie inging op 20 januari 2016, omdat het hoofdverblijf van het kind pas vanaf die datum bij de vrouw was, ondanks dat het kind vanaf november 2015 tijdelijk bij haar verbleef.
De vrouw stelde dat de ingangsdatum eerder moest zijn, omdat zij vanaf 15 november 2015 de kosten droeg. Het hof oordeelde echter dat de man tot 20 januari 2016 de vaste lasten droeg en dat de vrouw bewust de beschikking uitvoerde ondanks het feit dat zij wist dat de alimentatie te hoog was vastgesteld. Daarom werd de vrouw verplicht de te veel ontvangen alimentatie terug te betalen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom de ingangsdatum op 20 januari 2016 is vastgesteld en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vrouw de te veel ontvangen alimentatie moet terugbetalen. De Hoge Raad benadrukt de strenge maatstaf voor terugwerkende kracht van alimentatiewijzigingen en de behoedzaamheid die rechters moeten betrachten bij terugbetalingsverplichtingen, maar acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onjuist.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; de ingangsdatum van de wijziging is 20 januari 2016 en zij moet te veel ontvangen alimentatie terugbetalen.