Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel Iis voorgedragen ten einde in cassatie zeker te stellen dat de brief van 24 mei 2017 met bijlagen tot de gedingstukken in eerste aanleg behoort, mist betrokkene belang bij deze klacht. Gelet op de genoemde beschikking van 22 augustus 2017, moet in cassatie worden aangenomen dat de rechtbank ten tijde van haar beschikking op 13 juni 2017 kennis droeg van de brief van 24 mei 2017 met bijlagen en dat deze tot de gedingstukken behoorde.
NJ 1994, 715-723). In dit verband moet volgens art. 1 lid 3 onder Pro 'geneesheer-directeur' mede worden verstaan de arts die, hoewel geen directeursfunctie bekledende, belast is met de zorg voor de algemene gang van zaken op geneeskundig gebied in het psychiatrisch ziekenhuis. Als geneesheer-directeur moet ook worden aangemerkt de arts die volgens een binnen het ziekenhuis geldende regeling tot vervanging van de geneesheer-directeur als waarnemend geneesheer-directeur de functie van de geneesheer-directeur uitoefent (HR 31 mei 1996, nr. 8822,
NJ 1997, 36).
Onderdeel II.bklaagt over onjuistheid van de vaststelling dat een afschrift van een behandelingsplan (zie art. 38a Wet Bopz) en van de aantekeningen van de behandeling als bedoeld in art. 37a Wet Bopz is overgelegd en dat daarmee is voldaan aan de vereisten van art. 16 lid 4 Wet Pro Bopz. Volgens de klacht voldoen de overgelegde stukken inhoudelijk niet aan de eisen die de wetgever voor ogen stonden. Om te kunnen beoordelen of met een extramurale behandeling en begeleiding zou kunnen worden volstaan, heeft de rechter voldoende relevante en actuele informatie nodig. Deze informatie is volgens het middelonderdeel in de aangehaalde stukken niet te vinden en zou ook niet blijken uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
second opinionvan november 2016, waarin eveneens de diagnose ‘persisterende dementie door alcohol’ is gesteld. Zoals tijdens de mondelinge behandeling door de specialist ouderengeneeskunde naar voren is gebracht, wordt het ziektebeeld niet beter. [19] Volgens de geneeskundige verklaring doet deze stoornis betrokkene gevaar veroorzaken. Doordat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en ervan overtuigd is dat zij alles kan, bestaat het risico van ernstige zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. In het verleden is al meerdere keren geprobeerd betrokkene zelfstandig te laten wonen, maar dit resulteerde telkens in een heropname. De situatie was toen levensbedreigend. Het feit dat het nu goed met haar gaat, komt volgens de geneeskundige verklaring doordat nu structuur wordt geboden aan betrokkene. Zonder deze structuur zou het voor haar lastig zijn op het huidige niveau te blijven functioneren. [20]
het gevaar
proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid
benodigde stukken