Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van de klachten
tweede onderdeelte bespreken. Dit onderdeel trekt ten strijde tegen het oordeel van het hof in rov. 2.7 dat van de juistheid van het proces-verbaal moet worden uitgegaan. Het onderdeel klaagt dat dit oordeel rechtens onjuist en bovendien ook onvoldoende gemotiveerd is. Het hof diende ambtshalve onderzoek te verrichten naar de ontvankelijkheid van [verzoekster] en daarbij bijvoorbeeld inlichtingen op te vragen bij de rechtbank en/of de verklaring op te nemen van degenen die bij de zitting aanwezig waren. Het oordeel is voorts onbegrijpelijk omdat [verzoekster] heeft aangevoerd dat (a) er ter zitting geen melding is gemaakt van de vonnisdatum, (b) dit door haar beschermingsbewindvoerder is bevestigd, (c) zowel zijzelf als de bewindvoerder tot 30 juli 2015 niet op de hoogte waren van het feit dat al uitspraak was gedaan en (d) de beschermingsbewindvoerder pas contact heeft opgenomen met de rechtbank nadat een schuldeiser hem van het vonnis op de hoogte stelde en toen ook meteen hoger beroep heeft ingesteld.
eerste onderdeel.Dit onderdeel richt zich (eveneens) tegen rov. 2.7 van het hof en klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het op de weg van [verzoekster] had gelegen om bij de rechtbank navraag te doen naar het vonnis. Daartoe voert het onderdeel aan dat:
(i) vaststaat dat [verzoekster] en haar beschermingsbewindvoerder eerst op 30 juli 2015 vernamen dat het vonnis was gewezen,
(ii) niet is gebleken dat hen conform het procesreglement is medegedeeld dat zij telefonisch konden informeren naar het vonnis,
(iii) [verzoekster] in eerste aanleg niet beschikte over rechtsbijstand,
(iv) de appeltermijn van 8 dagen bijzonder kort is en
(v) het gegeven oordeel om [verzoekster] geen schone lei te verlenen bijzonder ingrijpend is.
Het oordeel van het hof is bovendien strijdig met de fundamentele rechten van [verzoekster] (art. 6 EVRM Pro en 17 Gw) en met het arrest HR 11 juli 2014, NJ 2014/359, aldus de cassatiebezorger.
Uitgangspunt is dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid dient te bestaan omtrent het tijdstip waarop een termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie begint te lopen (en eindigt), en dat aan beroepstermijnen strikt de hand moet worden gehouden. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan daarop een uitzondering worden gemaakt.
Een uitzondering is met name gerechtvaardigd indien degene die beroep instelt, ten gevolge van een door (de griffie van) de rechtbank of het hof begane fout of verzuim niet tijdig wist en redelijkerwijs ook niet kon weten dat de rechter uitspraak heeft gedaan en de uitspraak hem als gevolg van een niet aan hem toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie is toegezonden of verstrekt.
Indien tijdens de mondelinge behandeling waarbij partijen, voorzien van rechtsbijstand, aanwezig waren, door de voorzitter is medegedeeld dat op een bepaalde datum uitspraak zal worden gedaan, en dit ook daadwerkelijk gebeurt, bestaat geen aanleiding om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. (zie voor een en ander HR 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN8489, NJ 2005/465, HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1097, NJ 2005/372, en HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:413, NJ 2014/131).
Gelet op de hiervoor in 3.4 genoemde rechtspraak had het hof behoren te onderzoeken of de uitspraak van de rechtbank als gevolg van een niet aan G. toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep aan hem is toegezonden of verstrekt. De hierop gerichte klachten slagen.”
ende uitspraak haar als gevolg van een niet aan haar toe te rekenen fouten of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep is toegezonden of verstrekt. [10]
als gevolg waarvan G. redelijkerwijs niet hoefde te weten op welke dag de rechtbank uitspraak had gedaan”. En dát moest [verzoekster] redelijkerwijs nu juist wel weten. Deze omstandigheid had het hof derhalve niet tot een ander oordeel moeten brengen.
derde onderdeelbevat alleen een veegklacht en deelt het lot van haar voorgangers.