Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat tussen de verdachte en de medeverdachten sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking als vereist voor medeplegen.
NJ2015/390 m.nt. Mevis (verder: het overzichtsarrest) over het medeplegen van overeenkomstige toepassing. [1]
NJ2016/413:
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden aan de Hoge Raad.