Conclusie
1.[eiser 1],
[eiseres 2]
primaireen verklaring voor recht dat het ouderdomspensioen dat door [eiser 1] tijdens het huwelijk in eigen beheer is opgebouwd tussen [verweerster] en [eiser 1] dient te worden verevend conform de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (hierna: Wvps) en
subsidiairdat het ouderdomspensioen dat door [eiser 1] tijdens het huwelijk in eigen beheer is opgebouwd conform de overeenkomst van 28 april 2000 bij helfte dient te worden verdeeld.
primaireen verklaring voor recht gevorderd dat artikel 1.6 van de gespreksnotitie van 28 april 2000 is vernietigd en
subsidiairvernietiging van deze bepaling.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Kamerstukken II1990/91 MvT, 21 893, nr. 3) volgt dat voor die gevallen waarin een der echtgenoten niet of in onvoldoende mate eigen pensioen is opgebouwd, pensioenverevening wenselijk en nodig is vanuit een oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Daarbij heeft de wetgever als uitgangspunt genomen dat verevening steeds plaats dient te vinden, tenzij de (gewezen) echtgenoten overeenkomen daarvan af te wijken. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was bepaald dat uitsluiting van pensioenverevening of afwijking van het wettelijk systeem zou kunnen geschieden bij notariële akte. Bij Nota van wijziging (vergaderjaar 1991-1992, 21 893, nr. 6) is daaraan toegevoegd dat de toepasselijkheid ook kan worden uitgesloten bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding (artikel 2, lid 1 Wvps).
onderdeel IIbheeft het hof miskend dat voor intrekking c.q. vervanging van art. 2 van Pro de huwelijkse voorwaarden een notariële akte was vereist.
onderdeel IIc(als het hof niet over het hoofd heeft gezien dat van een huwelijkse voorwaarde werd afgeweken en dat daarvoor een notariële akte is vereist, is onbegrijpelijk dat het hof uitgaat van de geldigheid van de afspraak) en
onderdeel IId(nu van een huwelijkse voorwaarde werd afgeweken, is onbegrijpelijk dat het hof spreek van een ‘nadere’ afspraak).
Onderdeel IIebevat uitsluitend op de vorige subonderdelen voortbouwende klachten en deelt dus hetzelfde lot.
onderdeel Ibdat onbegrijpelijk is dat het hof zou hebben geoordeeld dat [verweerster] heeft gesteld dat niet aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan, nu zij zulks niet heeft aangevoerd.
onderdeel Icdat onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat [eiser 1] niet heeft gesteld dat aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan, gezien zijn stelling dat [verweerster], gelet op het kenbare grote nadeel voor hem, bij een juiste voorstelling van zaken had moeten weten dat hij de overeenkomst niet had willen aangaan. Wanneer het hof deze stelling niet over het hoofd heeft gezien, is het hof volgens
onderdeel Iduitgegaan van een te vergaande stelplicht ten aanzien van het kenbaarheidsvereiste dat een uitwerking vormt van de goede trouw (art. 3:11 BW Pro).
onderdelen Ia, Ib en Ieslagen daarom. De
onderdelen Ic en Idbehoeven geen behandeling.
Kamerstukken II1990/91 MvT, 21 893, nr. 3). Daarbij heeft de wetgever als uitgangspunt gekozen voor een pensioendeling waarbij recht werd gedaan aan de gedachte dat opbouw van pensioenrechten tijdens de huwelijksperiode een inspanning is van beide huwelijkspartners, die erop gericht is te bereiken dat zij beiden kunnen genieten van een redelijke oudedagsvoorziening.
onderdeel IIIakomen erop neer dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting dan wel zijn oordeel niet voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd door bij de beoordeling van het beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid niet alle relevante omstandigheden van het geval te betrekken.
Onderdeel IIIbbehelst de motiveringsklacht dat het hof de in het subonderdeel genoemde stellingen van [eiser 1] niet kenbaar heeft meegewogen in zijn oordeel.
onderdeel IVbhet geval nu [eiser 1] zich in zijn memorie van antwoord slechts summier heeft uitgelaten over zijn (meer) subsidiaire verweer gestoeld op misbruik van omstandigheden, dwaling en de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, terwijl hij dit nader zou hebben willen adstrueren.