Conclusie
1.Procesverloop
niet-ontvankelijkverklaring althans afwijzingvan de incidentele vordering tot voeging, en tot veroordeling van Alstom c.s. in de kosten van het incident.
toewijzing van de vordering tot voeging. Op diezelfde datum is door Alstom c.s., Tennet c.s. en ABB c.s. arrest gevraagd in het incident.
2.Bespreking van de incidentele vordering tot voeging
rechtspositierechtstreeks beïnvloed kan worden door de uitkomst van de procedure Tennet/ABB. De strekking van hun betoog is, naar ik begrijp, dat de uitkomst van deze procedure voor hen
feitelijk nadelige gevolgenkan hebben, namelijk in het geval dat de rechter in de procedure Tennet/Alstom voor zijn oordeel aansluiting zoekt bij hetgeen geoordeeld is in de procedure Tennet/ABB. Met andere woorden: Alstom c.s. zouden belang hebben bij voeging omdat de uitspraak in de onderhavige procedure feitelijk zou kunnen fungeren als ‘precedent’.
brengt geen nadeel toeaan de rechten van partijen. [6] Dat maakt dat de subsidiair bepleite ‘verdere doortrekking’ van de inspraakmogelijkheid uit de prejudiciële procedure via cassatie in belang der wet (als toegestaan door Uw Raad) naar ‘gewone’ civiele cassatieprocedures volgens mij helemaal niet voor de hand ligt. Ik acht dat ook niet wenselijk; alleen al niet, omdat slecht valt te voorzien wat dat voor diverse procedurele gevolgen kan hebben voor andere ‘gewone’ civiele cassatieprocedures. Een dergelijke doortrekking vergt een meer fundamentele discussie en bezinning, die niet door de poort van een voegingsincident naar binnen moet kunnen slippen.