3. Namens klaagster heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een middel van cassatie voorgesteld.
4.
Het middel
4.1. Het middel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het beklag. In het bijzonder wordt geklaagd dat de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, althans haar beslissing onvoldoende met redenen heeft omkleed.
4.2. Het namens de klaagster ingediende klaagschrift houdt het volgende in:
“1. Er door de OvJ in Spanje in de strafzaak tegen klaagster met parketnummer 05.900000-10 conservatoir beslag is gelegd op de woning [de woning] (Bijlage 1) die eigendom van klaagster is.
2. Op 22 november 2012 aan de OvJ in de brief met kenmerk JR/999/18 verzocht is om dit beslag op te heffen zodat deze woning verkocht kan worden (Bijlage 2).
3. Dit verzoek op 9 januari 2013 en 7 februari 2013 nader is uitgewerkt in twee brieven aan het BOOM met kenmerk JR/999/23 en JR/999/25 aan het BOOM (Bijlage 3+4).
4. Op 18 februari 2013 dit verzoek namens de OvJ is afgewezen (Bijlage 5).
5. De verdediging heeft op 26 februari 2013 in de brief met kenmerk JR/999/27 nog om meer duidelijkheid ten aanzien van deze afwijzing verzocht (Bijlage 6).
6. De OvJ naar aanleiding van dit schrijven telefonisch heeft kenbaar gemaakt dat de hij beoogde koper [betrokkene 1] niet accepteert onder verwijzing naar de eerder door hem ten aanzien van deze koper geformuleerde verdenking met de mededeling:
“dat blijft voor mij staan ik krijg het alleen technisch niet rond”.
7. Klaagster door deze gang van zaken ernstig in haar belangen wordt geschaad omdat bij verkoop van de woning er op dit moment een overwaarde ontstaat. Deze overwaarde met de dag kleiner wordt en dreigt om te slaan in een schuld omdat de hypotheeklasten al geruime tijd niet meer betaald kunnen worden, het noodzakelijke (achterstallig) onderhoud niet meer gepleegd kan worden en de onroerendgoed markt in Spanje zich nog steeds in een neergaande spiraal bevindt.
8. Er voor de OvJ geen enkel risico is omdat zonder enig voorbehoud met de notaris kan worden overeengekomen – en dit ook de wens van klaagster is – dat de volledige koopsom na aftrek van kosten naar het BOOM dient te worden overgemaakt. Het blote argument dat de koper zich mogelijk schuldig zou maken aan witwassen geen enkel hout snijdt omdat de OvJ de strafzaak tegen koper in hetzelfde onderzoek na een zeer grondig en volledig onderzoek ter zake van witwassen geseponeerd heeft wegens onvoldoende bewijs. Bovendien juist helemaal niets verhuld wordt omdat deze transactie in het geheel via de bank verloopt en juist uitermate transparant is.
REDENEN, waarom klaagster zich wendt tot uw rechtbank met het eerbiedig verzoek het beslag op de bovengenoemde woning (onder voorwaarden) op te heffen.”
4.3. Bij de behandeling in raadkamer is door de raadsman van klaagster onder meer het volgende aangevoerd:
“De raadsman merkt vervolgens op:
De officier van justitie heeft een en ander redelijk ruim omschreven, maar dat is de visie van de officier van justitie. De officier van justitie had een aantal voorwaarden gesteld maar de voorwaarde van "Inzicht in de herkomst van het aankoopbedrag" was mij niet bekend. De officier van justitie stelt dat het geheel is gestrand op de persoon van de koper. De koper betreft [betrokkene 1] maar er is op zeker moment ook nog een tweede koper in beeld geweest.
In eerste instantie is de bereidheid van de officier van justitie gevraagd.
De officier van justitie was bereid medewerking te verlenen aan die verkoop. Vervolgens is de officier van justitie gevraagd hoe een en ander geregeld moest worden. Klaagster was op dat moment bezig met twee potentiële kopers. De officier van justitie heeft op enig moment laten weten dat hij een taxatierapport van de woning wilde. Klaagster heeft dat geregeld. Het verkopen van de woning is bedoeld om het oplopen van de schulden een halt toe te roepen en die schuld te beperken. De overwaarde die zou overblijven na de verkoop zou onder het beslag kunnen blijven liggen.
Op zeker moment is ervoor gekozen verder te gaan met [betrokkene 1]. De officier van justitie schetst nu een beeld dat er een relatie zou zijn tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Die relatie bestaat, maar dat is geen strafbare relatie en dat heeft de officier van justitie ook zelf geconstateerd aangezien [betrokkene 1] niet wordt vervolgd. [betrokkene 1] kan en mag in heel Nederland woningen kopen, maar wanneer hij, aldus de officier van justitie, met [betrokkene 2] en/of [klaagster] zaken wil doen dan zegt de officier van justitie daar doen wij niet aan mee. [betrokkene 1] hoeft nergens toestemming voor te vragen. Door de kennisgeving van niet verdere vervolging is [betrokkene 1] een persoon van onbesproken gedrag. [betrokkene 1] koopt en verkoopt panden, maar dat mag niet van de officier van justitie als [klaagster] en/of [betrokkene 2] in beeld komen.
Na een lange aanloopfase zegt de officier van justitie ineens niet langer mee te willen doen en hij vraagt de rechter nu om het daarmee eens te zijn. De officier van justitie zegt niets over een mogelijke gedraging van [betrokkene 1] die te verwachten zou kunnen zijn. Het aankoopbedrag voor de woning komt uit het vermogen van [betrokkene 1] zelf. Er is een taxatierapport overgelegd. Omdat [betrokkene 1] in het verleden kennelijk bij [betrokkene 2] gezeten heeft en dingen gedaan zou hebben die volgens de officier van justitie het daglicht niet konden verdragen, gaat de officier van justitie niet mee in de verkoop van de woning aan [betrokkene 1]. Ondanks het vermoeden dat de officier van justitie richting [betrokkene 1] heeft, besluit hij wel hem niet verder te vervolgen. Vreemd.
Laat [betrokkene 1] die woning toch gewoon kopen. Hij doet niet meer dan een stukje onroerend goed kopen wat hij wellicht gelijk weer verkoopt, verhuurt of voor zichzelf gaat gebruiken. Wat [betrokkene 1] met die woning doet is voor klaagster niet van belang. Klaagster heeft oplopende problemen bij de bank. Tot de naam van [betrokkene 1] naar voren kwam was de officier van justitie bereid mee te werken aan een verkoop en de conclusie van de officier van justitie verbaasde mij dan ook.
Er ligt nu wel een koopcontract tussen klaagster en [betrokkene 1]. Op enig moment zal geleverd moeten worden. De officier van justitie heeft verzocht om een koopcontract. Dat contract is geheel conform de wens van de officier van justities opgemaakt. Er moet nu geleverd worden, maar omdat het aan [betrokkene 1] geleverd moet worden werkt de officier van justitie niet langer mee.