ECLI:NL:HR:2005:AS9296
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortduring beslag ondanks verzoek tot teruggave originele boekhouding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Groningen waarin het beklag van klaagster tegen het voortduren van beslag op haar originele boekhouding werd afgewezen. Klaagster stelde dat zij de originele stukken nodig had voor het indienen van jaarstukken, belastingaangiften en het voldoen aan sociale premies. De rechtbank oordeelde echter dat het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag zwaarder woog dan het belang van klaagster bij teruggave.
De rechtbank motiveerde dat klaagster, als verdachte, op grond van artikel 30, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevoegd is om de inbeslaggenomen bescheiden in te zien en afschriften te verkrijgen. Daarnaast was het standpunt van de fiscus dat de originele stukken nodig waren, niet nader onderbouwd. De Hoge Raad bevestigde deze afweging en oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk was.
Het cassatiemiddel dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom teruggave niet mogelijk was, faalde omdat in cassatie geen feiten kunnen worden aangevoerd die in eerste aanleg niet zijn ingebracht. De Hoge Raad vond geen reden om de beschikking te vernietigen en verwierp het beroep. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 24 mei 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de originele boekhouding blijft gehandhaafd.