ECLI:NL:PHR:2015:35
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken advocaat bij Hoge Raad
De rechtbank Noord-Holland wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af omdat de regeling minder dan tien jaar eerder was toegepast. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde dit vonnis in hoger beroep. Verzoekster kwam vervolgens tijdig in cassatie bij de Hoge Raad, maar het cassatieverzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv.
De Hoge Raad oordeelt dat dit gebrek in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Wel is herstel mogelijk indien binnen twee weken na ontvangst van het verzoekschrift een advocaat bij de Hoge Raad een getekend exemplaar indient. De griffie wees verzoekster hierop, maar herstel bleef uit.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De zaak leent zich voor een verkorte conclusie. De eis van verplichte vertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad is niet in strijd met Europees mededingingsrecht, zoals bevestigd in eerdere arresten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat bij de Hoge Raad op het verzoekschrift en het uitblijven van herstel.