Conclusie
middelbehelst de klacht dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv Pro niet is nageleefd. Daartoe is aangevoerd dat het Hof, vaststellende dat verdachte niet is verschenen, de zaak ter terechtzitting van 29 juli 2014 heeft behandeld en afgedaan, terwijl de raadsman van de verdachte geen afschrift van de appeldagvaarding heeft ontvangen voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 juli 2014 en niet kan blijken dat het Hof verder onderzoek heeft ingesteld naar de reden voor de afwezigheid van de raadsman ter terechtzitting alsmede of aan het gestelde in art. 51 Sv Pro was voldaan, op grond waarvan het onderzoek ter terechtzitting nietig is.