Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd. De steller van het middel betoogt dat het oordeel van het hof dat sprake was van een voltooide diefstal getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd, omdat de verdachten nog doende waren de weg te nemen goederen te verzamelen toen de politie arriveerde en zij nog niet een zodanige heerschappij over de goederen hadden verworven dat de wegneming als voltooid kan worden beschouwd. Anders dan in het geval van een winkeldiefstal, maakt het feit dat de goederen reeds in een plastic tas waren gestopt naar het oordeel van de steller van het middel niet een rechtens relevant verschil, omdat de nog altijd in de woning aanwezige goederen daardoor niet (verder) aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende zijn onttrokken.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte heeft bepaald dat verdachte zich moet gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg/Jeugdreclassering en dat ten onrechte aan die instelling opdracht is gegeven tot het verlenen van hulp en steun bij de naleving van die voorwaarde, aangezien verdachte ten tijde van de uitspraak in hoger beroep meerderjarig was.
derde middelklaagt over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. De steller van het middel voert aan dat niet zonder meer blijkt dat de vordering tijdig is ingediend en ook niet dat de benadeelde partij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd, waardoor het hof de benadeelde partij ten onrechte ontvankelijk zou hebben geacht in haar vordering.