Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
25 maart 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte werd veroordeeld tot jeugddetentie met een bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam zou stellen.
De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen, maar met een verbeterde lezing dat de bijzondere voorwaarde inhoudt dat de verdachte zich onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland moet stellen en dat deze instelling opdracht krijgt om hulp en steun te verlenen.
De Hoge Raad oordeelde ambtshalve dat het hof ten onrechte een jeugdzorginstelling toezicht liet houden terwijl de verdachte ten tijde van de uitspraak meerderjarig was. Op grond van art. 77aa, vierde lid, Sr had alleen een reclasseringsinstelling toezicht mogen houden en hulp en steun verlenen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van dat onderdeel. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.