Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
andersdan door ontbinding en vereffening van een dochter. In casu is de fiscale eenheid ten aanzien van de belanghebbende echter juist geëindigd door ontbinding van [D] BV.
andersdan door ontbinding van de dochter, is art. 15ag Wet Vpb immers naar de tekst van de wet evenmin van toepassing: de fiscale eenheid is ten aanzien van de belanghebbende immers wél beëindigd door ontbinding en vereffening van haar enige (fiscaal gevoegde) dochter [D] BV. Onbedoeld heeft de wetgever een stop met een gat erin gebruikt; de tekst van art. 15ag Wet Vpb ziet niet op de situatie waarin de fiscale eenheid is beëindigd door liquidatie van de enige dochter.
welziet op liquidatie van een dochtermaatschappij, en (iii) onduidelijk is waarom de wetgever de term ‘het ontvoegingstijdstip’ gebruikt in art. 15ag Wet Vpb terwijl hij in dezelfde bepaling ook de (wèl doeltreffende) term ‘beëindigd’ gebruikt, moet art. 15ag Wet Vpb mijns inziens teleologisch en wetssystematisch ook toegepast worden op een geval van eenheidsbeëindiging door ontbinding van de enige gevoegde dochtermaatschappij.
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
De feiten
3.Het geding in cassatie
De bepaling in het tweede lid schrijft daarom voor dat ook indien de overdrager geen deel meer uitmaakt van de fiscale eenheid, ten behoeve van de voorfusieverliesverrekening een winsttoerekening moet plaatsvinden terzake van de stille reserves die van de overdrager afkomstig zijn,als maakte de overdrager nog steeds deel uit van de fiscale eenheid.(onderstreping inspecteur)
(...)'
4.Het toepassingsbereik van de artt. 15ae en 15ag Wet Vpb
Juridisch kader
carry backof
carry forwardworden verrekend met resultaten van na het voegingstijdstip van andere gevoegde maatschappijen. Het tweede lid heeft de volgende achtergrond: de regeling van art. 15ah(2) Wet Vpb (zie 4.3) gaat ervan uit dat de overnemer en de overdrager van het activum beiden nog deel uitmaken van de fiscale eenheid. Die bepaling kan dus worden gefrustreerd door de fiscale eenheid ten aanzien van de overdrager te beëindigen. Om dat te voorkomen, bepaalt art. 15ae(2) Wet Vpb dat in dat geval art. 15ah(2) Wet Vpb moet worden toegepast alsof de overdrager nog steeds deel uitmaakt van de fiscale eenheid.
ófde artt. 15ae en 15ag Wet Vpb in casu van toepassing zijn.
De invoering van de artt. 15ae en 15ag Wet Vpb
Onderdeel U (artikel 15ag)
Is art. 15ae Wet Vpb in casu van toepassing?
beëindigingvan de fiscale eenheid, is deze ook van toepassing na liquidatie van de desbetreffende dochtermaatschappij, zulks in tegenstelling tot art. 15ag waar gesproken wordt over verrekening van verliezen na het ontvoegingstijdstip.”
nietregelt. Uit de genoemde wetsgeschiedenis blijkt voorts expliciet dat dit onderkende lek
nietin art. 15ae Wet Vpb zelf is ondervangen (maar – naar de bedoeling van de regering – in een nieuw art. 15ag Wet Vpb).
Is art. 15ag Wet Vpb dan van toepassing?
fraus legishad kunnen beroepen:
andersdan door ontbinding en vereffening van een dochter ([D] BV) wordt beëindigd. Daarvan is geen sprake.