ECLI:NL:PHR:2014:624

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2014
Publicatiedatum
30 juni 2014
Zaaknummer
12/05853
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 266 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van veroordeling wegens eenvoudige belediging van politieambtenaar met woord 'pikkie'

Verdachte werd door het gerechtshof Leeuwarden veroordeeld wegens eenvoudige belediging van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening, mishandeling en vernieling van eigendom. Het hof legde een taakstraf van 150 uren op, eventueel te vervangen door 75 dagen hechtenis.

Het cassatiemiddel richtte zich op de kwalificatie van het woord 'pikkie' als belediging. De Hoge Raad herhaalt de vaste jurisprudentie dat een uitlating als beledigend moet worden beoordeeld in de context waarin deze is gedaan. Hoewel het woord 'pikkie' op zichzelf niet beledigend is, oordeelde het hof dat in de gegeven omstandigheden, waaronder het herhaaldelijk gebruik tegenover de politieagent en de aanwezigheid van derden, het woord een denigrerende strekking had die de eer en goede naam van de ambtenaar aantastte.

De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onjuist gemotiveerd en wijst het cassatiemiddel af. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens eenvoudige belediging van een politieambtenaar met het woord 'pikkie'.

Conclusie

Nr. 12/05853
Mr. Spronken
Zitting: 13 mei 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 5 december 2012 door het gerechtshof Leeuwarden wegens 1. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, 2. mishandeling en 3. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, eventueel te vervangen door 75 dagen hechtenis.
2. Mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, heeft namens verdachte één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het
middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het toevoegen aan een ambtenaar in functie van het woord “pikkie” in de gegeven omstandigheden als belediging in de zin van art. 266 Sr Pro kan worden aangemerkt.
4. Ten laste van verdachte is onder feit 1 bewezen verklaard dat
“hij op 17 mei 2010 in de gemeente Almere opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], werkzaam als hoofdagent bij de politie Flevoland, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Pikkie".”
5. Het hof heeft onder meer de volgende bewijsmiddelen opgenomen in de aanvulling op het verkort arrest:
“1. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 21 november 2012, inhoudende - zakelijk weergegeven -:
lk heb op 17 mei 2010 "pikkie" tegen agent [verbalisant 1] gezegd. Ik heb twee of drie keer "pikkie" tegen hem gezegd. Het klopt dat de agent aangaf niet met "pikkie" aangesproken te willen worden.
3. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 17 mei 2010 (proces-verbaalnummer PL2541 2010035299-2), inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verbalisanten:
Wij, verbalisanten, [verbalisant 1], hoofdagent, Basiseenheid Almere Haven en [verbalisant 2], agent, Basiseenheid Almere Oost, verklaren het volgende:
Op 17 mei 2010, omstreeks 6.10 uur waren wij belast met de melding van een man en een vrouw, welke ruzie zouden hebben in het Flevoziekenhuis, gelegen aan de Hospitaaldreef 1 te Almere. Bij aankomst zagen wij de man, naar later bleek verdachte [verdachte]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], sprak [verdachte] aan. Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde [verdachte] zeggen: "Luister pikkie, ik wil naar buiten om te roken." Terwijl [verdachte] dit riep liep er divers ziekenhuis personeel langs. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag aan de reacties dat deze mensen hoorden dat de man mij "pikkie" noemde. Ik, verbalisant [verbalisant 1], sprak [verdachte] op zijn taalgebruik aan en zei dat ik niet wenste te worden aangesproken met "pikkie". Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde dat [verdachte] mij wederom "pikkie" noemde. Hij noemde mij ten overstaan van het ziekenhuispersoneel: "pikkie". Ik, verbalisant [verbalisant 1], voelde mij in mijn hoedanigheid als politieambtenaar, beledigd en gekleineerd.”
6. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet een uitlating als beledigend worden beschouwd, indien zij de strekking heeft een ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel of daarvan sprake is, zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan. [1]
7. Het gebruik van het woord “pikkie” is naar mijn mening op zichzelf beschouwd niet beledigend, [2] zodat de beantwoording van de vraag of in deze zaak sprake is van belediging in de zin van art. 266 Sr Pro, afhangt van de context waarin dat woord is geuit. Met betrekking tot die context kan uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat verdachte twee of drie keer “pikkie” tegen een politieagent heeft gezegd, die was afgekomen op de melding dat verdachte in het ziekenhuis ruzie maakte met een vrouw. In de gebezigde bewijsmiddelen is weergegeven op welke toon en in welke context verdachte het woord “pikkie” heeft gebruikt en gelet op de aanwezigheid van andere personen die dit ook daadwerkelijk hebben gehoord, heeft het hof kennelijk afgeleid dat onder deze omstandigheden het woord “pikkie” de denigrerende strekking had [verbalisant 1] in zijn eer en goede naam aan te tasten en daarom in het onderhavige geval als beledigend moet worden aangemerkt. Ook al zou het de voorkeur hebben verdiend dat het hof zijn oordeel nog met een nadere overweging in het arrest zou hebben gemotiveerd, blijkt het beledigende karakter voldoende uit de bewijsmiddelen. Het oordeel van het hof geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is voldoende gemotiveerd. [3]
8. Het middel faalt.
9. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie onder meer HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:306, rov. 2.3; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9978, NJ 2012, 558 m.nt. Mevis, rov. 2.5; HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9188, NJ 2012, 462 m.nt. Keijzer, rov. 3.2; HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3366, rov. 2.5 en HR 18 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB8985, rov. 3.3.
2.In de Van Dale wordt “pikkie” gedefinieerd als een “liefkozende benaming voor een klein kind (ook als aanspreekvorm)”.
3.Vgl. HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2003, rov. 2.5. en alinea 3.5 van de conclusie van mijn ambtgenoot Machielse bij dat arrest.