Conclusie
eerste middelklaagt over ’s Hofs verwerping van het verweer dat schommelingen in de bloedglucosespiegel het (agressieve) handelen van verzoeker zouden kunnen hebben veroorzaakt.
(pag 45)
A. Behoudens de suikerziekte en hoge bloeddruk niet. Ja ik heb wel wat buikgriep gehad.
Medische toestand van verdachte
Voorts overweegt het hof nog dat, zoals wordt vermeld in het rapport van voornoemde deskundige Peters, bij hypoglykemie een slap gevoel optreedt. Gelet op het krachtige handelen van verdachte zoals hiervoor omschreven, is ook om die reden te zeer onwaarschijnlijk dat er sprake was van een hypoglykemie. Daar komt bij, aldus genoemde rapporteur, dat hypoglykemie enkel verholpen kan worden door de toediening van glucose. Gesteld noch gebleken is dat aan verdachte glucose is toegediend of dat hij glucosehoudende voedingsmiddelen heeft genuttigd voordat de politie arriveerde of dat iets dergelijks na zijn aanhouding is geschied. Het hof is dan ook van oordeel dat verdachte op 22 maart 2011 voor of ten tijde van het bewezen verklaarde handelen niet lijdende was aan hypoglykemie. Derhalve was ook in dit opzicht geen sprake van een omstandigheid waardoor verdachte zich niet bewust was van zijn handelen en daarover niet kon nadenken.”
tweede middelhoudt in dat het oordeel van het Hof dat verzoeker ‘met voorbedachten rade’ heeft gehandeld blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk is.
Voorbedachten rade
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.