ECLI:NL:PHR:2014:278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging ondanks terugkeerrichtlijn bij verblijf ongewenste vreemdeling
Verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard en wegens wederspannigheid bij zijn aanhouding.
In cassatie werd aangevoerd dat het Hof onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd of de stappen van de terugkeerprocedure, zoals voorgeschreven in de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EU), waren doorlopen voordat de straf werd opgelegd. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in strijd is met de richtlijn indien de terugkeerprocedure niet is afgerond.
De Hoge Raad stelt echter vast dat in deze zaak uit de omstandigheden blijkt dat verdachte eerder in vreemdelingenbewaring heeft gezeten zonder dat uitzetting heeft plaatsgevonden, wat impliceert dat de terugkeerprocedure volledig maar tevergeefs is gevolgd. Hierdoor is het opleggen van de straf niet in strijd met de richtlijn.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof voldoende heeft gemotiveerd waarom de straf passend is, mede gelet op eerdere veroordelingen van verdachte. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onvoorwaardelijke gevangenisstraf bevestigd.