ECLI:NL:HR:2014:918

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
15 april 2014
Zaaknummer
13/02392
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 Sr (oud)
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugverwijzing wegens ontbreken toetsing terugkeerprocedure bij art. 197 Sr

De verdachte is door het gerechtshof veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens handelen in strijd met artikel 197 van Pro het oude Wetboek van Strafrecht. In cassatie klaagt de verdachte dat het hof niet heeft vastgesteld of de stappen van de terugkeerrichtlijn zijn doorlopen. De Hoge Raad bevestigt dat bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op grond van art. 197 Sr Pro de rechter moet nagaan of de terugkeerprocedure is gevolgd en dit moet motiveren.

In het bestreden arrest ontbreekt deze toetsing en motivering, waardoor het middel van cassatie gegrond wordt verklaard. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.

De rest van het cassatieberoep wordt verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 15 april 2014.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

15 april 2014
Strafkamer
nr. 13/02392
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 maart 2013, nummer 22/000762-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat dat uit het bestreden arrest niet blijkt dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
2.2.
In zijn arrest van 21 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY3151, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de rechter die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr, zich ervan dient te vergewissen dat de stappen van de in de terugkeerrichtlijn vastgelegde terugkeerprocedure zijn doorlopen en daarvan in de motivering van zijn beslissing dient blijk te geven.
2.3.
Wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr is de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
2.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2014.