Conclusie
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Bewezen verklaard is dat verdachte aangever heeft geslagen.
Volgens de door de verdachte tegenover de politie afgelegde verklaring (zie p. 63 van proces-verbaal) heeft de verdachte de aangever niet eerder geslagen dan op het moment dat de aangever op zijn zij lag en de verdachte over hem heen hing en de aangever de verdachte meerdere malen naar boven slaand, één keer raakte en wel op verdachtes kin. Verdachte heeft verklaard aangever vervolgens twee maal met zijn vuist naar beneden in zijn gezicht te hebben geslagen.
Het hof overweegt daartoe in het bijzonder dat verdachte niet heeft gesteld – en dat ook overigens niet aannemelijk is geworden – dat verdachte, nadat hij met aangever ten tweeden male op de grond was terechtgekomen, nog steeds aan zijn t-shirt werd vastgehouden, zodat niet aannemelijk is dat verdachte zich niet heeft kunnen verwijderen uit de positie hangend over de op de grond op zijn zij liggende aangever heen die hem meermalen sloeg maar slechts een maal raakte.
Gelet daarop wordt het verweer verworpen.’