Conclusie
middelklaagt ten aanzien van de bewezenverklaring van de verduistering, dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte zich de betreffende fiets opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend.
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld voor verduistering van een damesfiets die hij voor een proefrit had meegekregen. De bewezenverklaring stelde dat verdachte zich de fiets wederrechtelijk had toegeëigend, maar het hof motiveerde dit onvoldoende.
De Hoge Raad herhaalt de uitleg van het begrip 'zich wederrechtelijk toe-eigenen' zoals bedoeld in art. 321 Sr Pro: het gaat om het als heer en meester beschikken over een goed dat aan een ander toebehoort, bijvoorbeeld door te proberen het te verkopen of voor zichzelf te behouden. Enkel het nalaten om het goed terug te geven is onvoldoende.
De bewijsmiddelen toonden alleen aan dat verdachte de fiets voor een proefrit had meegekregen en deze na anderhalf uur nog niet had teruggebracht. Er was geen bewijs van een afspraak over terugbrengtermijn, noch van gedragingen waaruit een toe-eigening volgde. Daarom is het middel gegrond en vernietigt de Hoge Raad het arrest, waarna de zaak ter hernieuwde berechting wordt terugverwezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de veroordeling wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke toe-eigening en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.