Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de minderjarige is onttrokken aan het wettig gezag van de ouders.
- [betrokkene 1] is op 28 juni 2012 rond 16.00 uur met verlof gegaan vanuit de instelling De Lindenhorst, waarna zij samen met een vriendin verdachte heeft ontmoet in Zeist. Verdachte was op dat moment samen met een vriend, [betrokkene 3];
- Reeds daarvoor, tussen 7.08 en 7.14 uur, heeft verdachte meermalen gebeld met de telefoon van [betrokkene 1]. Verdachte heeft het telefoonnummer van [betrokkene 1] in zijn telefoon opgeslagen onder '[betrokkene 1]'. Het hof ziet hierin een verwijzing naar De Lindenhorst;
- [betrokkene 1] heeft verdachte verteld dat ze van plan was om weg te gaan bij de instelling waar zij verbleef en dat ze naar Alkmaar wilde;
- Tussen 16.03 en 17.13 uur heeft verdachte sms-contact met [betrokkene 3], inhoudende:
o Uitgaand, 16.03 uur: :Kom we nemen ze nee ma hotel'
o Inkomend, 16.04 uur: 'Je bent gek leeftijd hebben ze niet heb je rub hier bij'
o Uitgaand, 16.05 uur: 'Ja heb ruber, nee man niks aan d hand'
o Uitgaand, 16.40 uur: 'Ja zkr'
o Uitgaand, 17.10 uur: 'Nee man lange slungel. Die kleine was leker. Maar zaterdag die 2 zkr'
o Inkomend, 17.10 uur: 'Is genoeg voor mij jackpot'
- Omstreeks 22.35 uur wordt [betrokkene 1] in gezelschap van verdachte aangetroffen in een hotelkamer van Hotel Amrath te Maarsbergen. Verdachte heeft reeds vroeg in de ochtend, om 6.06 uur, telefonisch contact gezocht met dit hotel.
Het hof gaat er op grond van het voorgaande vanuit dat [betrokkene 1] en verdachte elkaar al langer kenden en dat de ontmoeting op 28 juni 2012 geen toeval was. In het bijzonder uit het smscontact dat verdachte heeft gehad met [betrokkene 3] leidt het hof af dat verdachte op de hoogte was van de minderjarigheid van [betrokkene 1].
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat verdachte door zijn handelen in zodanige mate heeft bijgedragen aan de scheiding van [betrokkene 1] en haar ouders, waardoor zij buiten het gezag van haar ouders kwam te staan, dat hij haar aan het wettig gezag heeft onttrokken in de zin van artikel 279 van Pro het Wetboek van Strafrecht.”
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, nu het hof niet tot uitdrukking heeft gebracht dat de minderjarige tegen de wil van de ouders met de verdachte is meegegaan.