ECLI:NL:HR:2012:BU6921
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig gezag bij onttrekking minderjarige
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden, waarin verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk onttrekken van een minderjarig meisje aan het wettig gezag of het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd uitoefent.
Verdachte had het kind buiten de officiële adoptieprocedure om van de Filippijnen naar Nederland gebracht. Het hof stelde vast dat niet kon worden vastgesteld wie in de ten laste gelegde periode wettig gezag of desbevoegd opzicht over het kind uitoefende. Het bestaan van enig wettig gezag was niet komen vast te staan, laat staan bewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat voor bewezenverklaring vereist is dat wettig gezag of opzicht bestaat en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat dit niet is vastgesteld. De stelling dat het niet naleven van het Haags Adoptieverdrag automatisch onttrekking aan wettig gezag inhoudt, wordt verworpen. Ook is het oordeel niet in strijd met het Verdrag inzake de rechten van het kind.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 31 januari 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens het ontbreken van bewijs van wettig gezag over het minderjarige kind.