Conclusie
1.De prejudiciële vraag
2.Feitenen procesverloop
€ 11.748,02
€ 11.575,91
€ 9.061,46
€ 3.134,66
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stelde de kantonrechter te Leeuwarden een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de toepassing van artikel 39 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) op huur van roerende zaken. De vraag kwam voort uit een geschil tussen Doka Nederland B.V., verhuurder van bekistingsmaterialen, en de curator in het faillissement van [A] B.V., huurder.
De feiten betroffen een huurovereenkomst gesloten in juli 2012 waarbij Doka bekistingsmaterialen verhuurde aan [A] voor een bouwproject. Na faillietverklaring van [A] op 22 januari 2013 bleef Doka materialen leveren en factureren, welke facturen onbetaald bleven. De curator betwistte dat de huurvorderingen als preferente boedelschulden konden worden aangemerkt. De kantonrechter stelde daarom de prejudiciële vraag of artikel 39 lid 1 Fw Pro ook geldt voor huur van roerende zaken.
De Hoge Raad analyseerde uitvoerig de parlementaire geschiedenis, rechtspraak en literatuur. Hoewel de parlementaire geschiedenis vooral ziet op huur van onroerende zaken, concludeerde de Hoge Raad dat de tekst en strekking van artikel 39 Fw Pro ook van toepassing zijn op huur van roerende zaken, met name duurzame bedrijfsmiddelen. De Hoge Raad overwoog dat de curator ook bij huur van roerende zaken het recht heeft om de huurovereenkomst op te zeggen en dat de huurprijs vanaf faillissementsdatum boedelschuld is.
De conclusie is dat artikel 39 lid 1 Fw Pro ook geldt voor huur van roerende zaken, zonder onderscheid naar duur van de huur. Dit biedt rechtszekerheid en sluit aan bij de ratio van de wet om boedelvereffening mogelijk te maken en schade voor de boedel te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat artikel 39 lid 1 Faillissementswet ook van toepassing is op huur van roerende zaken.