ECLI:NL:PHR:2014:2241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoonbaarheid termijnoverschrijding bij tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
De zaak betreft de tussentijdse beëindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van verzoeker door de rechtbank Den Haag vanwege niet-nakoming van verplichtingen. Verzoeker stelde hoger beroep in na overschrijding van de beroepstermijn, met als verweer dat een postblokkade de overschrijding verschoonbaar maakte.
Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens onverschoonbare termijnoverschrijding. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees terug, omdat onvoldoende was onderzocht of het vonnis hem tijdig was toegezonden, mede gelet op het ontbreken van een precieze mededeling van de uitspraakdatum conform het procesreglement.
Na terugverwijzing handhaafde het hof de niet-ontvankelijkheid, stellende dat het vonnis op de dag van uitspraak was verzonden en verzoeker op de mondelinge behandeling was geïnformeerd over de uitspraakdatum. Verzoeker voerde aan het vonnis niet te hebben ontvangen en betwistte de redelijkheid van het oordeel over zijn tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke ontvangst van het vonnis en de gevolgen van de postblokkade, waardoor het oordeel over de verschoonbaarheid niet houdbaar is. Desalniettemin bevestigt de Hoge Raad het oordeel dat verzoeker ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.