Conclusie
hij op 19 september 2011 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een sneeverwonding in de linkerwang heeft toegebracht door deze opzettelijk met een mes in de linkerwang te snijden.”
eerste middelklaagt dat het Hof verdachtes beroep op een alternatieve lezing van de gebeurtenissen, kort gezegd hierin bestaande dat hij het plegen van de misdrijven heeft waargenomen doch daaraan niet heeft deelgenomen, op ontoereikende gronden heeft verworpen.
Nadere bewijsoverweging
De verdachte heeft thans - anders dan bij de politie, de rechter-commissaris, de raadkamer en ter zitting in eerste aanleg - verklaard dat hij zich in de tram bevond met [betrokkene 1] en dat hij zich op het pleintje bevond waar de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten hebben plaatsgevonden. In de tram zou een derde persoon aanwezig zijn geweest, een vriend van [betrokkene 1] . De verdachte heeft tevens verklaard dat hij een deel van de beroving van het slachtoffer heeft gezien, maar dat hij - toen de ten laste gelegde feiten plaatsvonden - stond te praten met een groepje dat bestond uit 4 of 5 personen. De verdachte wenst, hoewel daartoe ter zitting in hoger beroep herhaaldelijk te zijn uitgenodigd onder verwijzing naar de zich in de stukken bevindende camerabeelden, geen naam door te geven van de persoon die volgens hem de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, en evenmin de namen van de personen met wie hij stond te praten op het pleintje.
tweede middelhoudt in dat het Hof de snee over de linkerwang van het slachtoffer ten onrechte heeft aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.