ECLI:NL:HR:2014:2409

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2014
Publicatiedatum
21 augustus 2014
Zaaknummer
13/01682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Den Haag

De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 maart 2013. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. M.L. Groeneveld, heeft middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is uitgesproken op 3 juni 2014 door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), N. Jörg en V. van den Brink het arrest hebben gewezen. Het beroep is verworpen en daarmee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest Gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

3 juni 2014
Strafkamer
nr. S 13/01682
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 maart 2013, nummer 22/001776-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L. Groeneveld, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2014.