ECLI:NL:PHR:2013:CA3743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring dwanginvordering bij ontbonden rechtspersoon en vertrouwensbeginsel
De zaak betreft de vraag of de verjaring van het recht tot dwanginvordering van naheffingsaanslagen tegen de ontbonden rechtspersoon Tysco op juiste wijze is gestuit door de Ontvanger via betekening aan het openbaar ministerie volgens art. 54 lid 3 en Pro 4 Rv. Tysco was failliet verklaard en opgehouden te bestaan zonder vereffenaar. De Ontvanger stelde Transautex hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld.
Het hof had geoordeeld dat stuiting via art. 54 Rv Pro. mogelijk is zonder heropening van de vereffening, omdat heropening alleen nodig is bij het bestaan van baten of schuldeisers. Het hof bekrachtigde het vonnis dat de stuiting rechtsgeldig was. Transautex voerde in cassatie aan dat heropening van de vereffening vereist is en dat de stuiting via art. 54 Rv Pro. onjuist was toegepast.
De Hoge Raad oordeelt dat de analoge toepassing van art. 54 lid 3 en Pro 4 Rv. in dit soort 'oude' gevallen toelaatbaar is en dat heropening van de vereffening niet noodzakelijk is. Tevens wordt het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen, omdat de Ontvanger zowel een primair standpunt (inlenerschap) als subsidiair standpunt (eigenbouwerschap) handhaafde en Transautex niet mocht vertrouwen dat de Ontvanger het primaire standpunt zou laten varen.
De Hoge Raad bevestigt dat de stuiting van verjaring door de Ontvanger rechtsgeldig is geschied en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Het arrest bevestigt de geldigheid van de procedure voor stuiting van verjaring bij ontbonden rechtspersonen zonder vereffening en verduidelijkt de verhouding tussen primaire en subsidiaire aansprakelijkheidsgronden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de stuiting van de verjaring rechtsgeldig is geschied en verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel.