ECLI:NL:PHR:2013:CA3314
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht notaris bij verdenking medeplegen witwassen en valsheid in geschrift
In deze zaak stond het verschoningsrecht van een notaris centraal die werd verdacht van medeplegen van witwassen en valsheid in geschrift met betrekking tot authentieke akten. De rechtbank had geoordeeld dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordeden die de inbeslagname van vertrouwelijke notarisstukken rechtvaardigden, omdat het belang van waarheidsvinding prevaleert boven het verschoningsrecht. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en herhaalde de relevante jurisprudentie dat het verschoningsrecht niet absoluut is en doorbroken kan worden indien het strafrechtelijk belang zwaarwegend is.
De rechtbank had onder meer overwogen dat de verdenking ernstige misdrijven betreft die de kern van de notariële functie aantasten, en dat de medeverdachten geen beroep kunnen doen op geheimhouding indien authentieke akten met valse gegevens in hun opdracht zijn opgesteld. Tevens was vastgesteld dat de inhoud van de stukken niet op minder ingrijpende wijze kon worden verkregen dan door inbeslagname. De Hoge Raad vond de motivering van de rechtbank toereikend en verwierp de cassatiemiddelen.
De zaak betrof complexe transacties met vermoedelijke fraude en witwassen, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van zogenoemde ABC-transacties en stromanconstructies. De Hoge Raad benadrukte het maatschappelijke belang van het vertrouwen in het notariaat en dat het ambt van de notaris een publieke verantwoordelijkheid inhoudt. De doorbreking van het verschoningsrecht is slechts toegestaan onder strenge voorwaarden en moet strikt noodzakelijk zijn voor waarheidsvinding. De Hoge Raad bevestigde dat in dit geval aan die voorwaarden was voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat zeer uitzonderlijke omstandigheden doorbreking van het verschoningsrecht van een notaris rechtvaardigen bij verdenking van ernstige strafbare feiten.