ECLI:NL:HR:2013:CA3314
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht notaris bij zeer uitzonderlijke omstandigheden
In deze zaak stond het verschoningsrecht van een notaris centraal, die zich verzette tegen de inbeslagname van 29 notarisdossiers en documenten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank had geoordeeld dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden waren die het belang van waarheidsvinding boven het verschoningsrecht deden prevaleren. De verdenking betrof medeplegen van witwassen en valsheid in geschrift met betrekking tot authentieke akten, ernstige strafbare feiten die raken aan de kern van het notariaat en diens maatschappelijke functie.
De verdediging voerde aan dat het verschoningsrecht een essentiële waarborg is in de rechtsstaat en dat de verdenkingen onvoldoende concreet waren om het recht te doorbreken. Ook stelde zij dat het beslag onevenredig was en te veel dossiers betrof. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van de strafvordering en de ernst van de verdenkingen zwaarder wogen, en dat het beslag proportioneel was gericht op dossiers die relevant waren voor het onderzoek.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en herhaalde de jurisprudentie dat het verschoningsrecht niet absoluut is en dat zeer uitzonderlijke omstandigheden een uitzondering kunnen rechtvaardigen. De Hoge Raad vond dat de rechtbank de juiste maatstaf had toegepast en haar motivering voldeed aan de zware eisen. Het beroep werd verworpen, waarmee het beslag en de doorbreking van het verschoningsrecht gehandhaafd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de doorbreking van het verschoningsrecht van de notaris wegens zeer uitzonderlijke omstandigheden.