ECLI:NL:PHR:2013:CA3296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schatting wederrechtelijk verkregen voordeel bij illegale bestrijdingsmiddelenverkoop
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin betrokkene werd verplicht een bedrag van € 500,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de illegale verkoop van bestrijdingsmiddelen in de periode 2001-2002.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op basis van het resultaat voor belastingen van het gehele boekjaar 2001-2002 en daarbij de bedrijfskosten evenredig toegerekend aan zowel legale als illegale activiteiten. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onjuist bevonden, mede omdat het hof aannemelijk had gemaakt dat de kosten redelijkerwijs evenredig drukken op de resultaten van alle producten.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever de feitenrechter ruime beoordelingsvrijheid geeft bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en dat het hof niet gehouden is tot nadere motivering van de kostenverdeling, tenzij gemotiveerd verweer is gevoerd. Tevens werd het beroep van betrokkene op niet-ontvankelijkheid van het OM wegens overschrijding van de redelijke termijn verworpen, waarbij de overschrijding werd verdisconteerd in de verlaagde betalingsverplichting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af, waarbij betrokkene verplicht blijft € 500,- te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.