ECLI:NL:PHR:2013:BZ7199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bodemverhuurconstructie en omzetting stil pandrecht in vuistpand onder faillissementsrecht
Deze zaak betreft het geschil tussen de curator van een failliete vennootschap en ABN AMRO Bank over de rechtsgeldigheid van een bodemverhuurconstructie waarbij stil verpande zaken werden omgezet in een vuistpand door middel van een huurovereenkomst vlak voor het faillissement.
De curator vorderde vernietiging van de huurovereenkomst op grond van art. 42 Faillissementswet Pro (Fw) wegens paulianeuze rechtshandeling en betaling van huurpenningen, terwijl ABN AMRO zich beroept op haar pandrecht en verrekening op grond van art. 54 Fw Pro. De kantonrechter oordeelde dat het aangaan van de huurovereenkomst een onverplichte rechtshandeling was, maar dat omzetting van stil pandrecht in vuistpand een feitelijke handeling betreft die niet onder art. 42 Fw Pro valt.
Het hof vernietigde het vonnis en oordeelde dat de omzetting via de bodemverhuurconstructie geen benadeling van schuldeisers oplevert en dat de bank niet te goeder trouw was voor verrekening onder art. 54 Fw Pro, waardoor zij tot betaling van huurpenningen werd veroordeeld. De Hoge Raad bevestigt dat omzetting stil pandrecht in vuistpand een feitelijke handeling is en vernietiging van de huurovereenkomst daaraan niets verandert. De curator heeft geen belang bij vernietiging van de huurovereenkomst om de opbrengst van verpande zaken te verkrijgen. Het beroep op art. 54 Fw Pro wordt bevestigd wegens gebrek aan goede trouw van de bank bij verrekening.
De uitspraak benadrukt de complexiteit van de verhouding tussen pandrecht, bodemvoorrecht van de fiscus en faillissementsrecht, en de beperkingen van de pauliana bij feitelijke handelingen. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke en juridische discussie rond bodemverhuurconstructies en recente wetswijzigingen ter bescherming van de fiscus.
Uitkomst: De omzetting van stil pandrecht in vuistpand is een feitelijke handeling buiten art. 42 Fw; de bank moet huurpenningen betalen wegens onrechtmatige verrekening onder art. 54 Fw.