ECLI:NL:HR:2013:BZ7199
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Omzetting stil pandrecht in vuistpand en verrekening bij faillissement
In deze zaak stond centraal de omzetting van een stil pandrecht in een vuistpand door ABN AMRO op de inventaris en voorraden van [A] B.V. ABN AMRO had in 2006 een stil pandrecht verkregen en nam de verpande zaken in vuistpand. Op 12 oktober 2007 werd een huurovereenkomst gesloten tussen [A] en ABN AMRO, waarna [A] op 17 oktober 2007 failliet werd verklaard.
De curator vorderde primair vernietiging van de huurovereenkomst op grond van art. 42 of Pro 47 Fw en betaling van opbrengsten uit executoriale verkoop, subsidiair betaling van huur over de periode van 12 oktober tot 20 december 2007. Het hof oordeelde dat de omzetting van stil pandrecht in vuistpand een feitelijke handeling is en niet onder art. 42 Fw Pro valt, waardoor de huurovereenkomst niet vernietigd kon worden. Tevens oordeelde het hof dat ABN AMRO niet te goeder trouw was in de zin van art. 54 Fw Pro en daarom niet bevoegd was tot verrekening van de huurschuld.
De Hoge Raad bevestigde dat de omzetting een feitelijke handeling is en buiten de reikwijdte van art. 42 Fw Pro valt. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat art. 54 Fw Pro niet van toepassing is op de huurschuld van ABN AMRO zelf, aangezien deze niet van een derde was overgenomen. Hierdoor was ABN AMRO wel bevoegd tot verrekening. Het incidentele beroep van ABN AMRO werd gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees het principale beroep af en veroordeelde de curator in de kosten. In het incidentele beroep vernietigde de Hoge Raad het hofarrest en verwees de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De omzetting van stil pandrecht in vuistpand is een feitelijke handeling buiten art. 42 Fw, en ABN AMRO is bevoegd tot verrekening van huur omdat art. 54 Fw niet van toepassing is.