ECLI:NL:PHR:2013:BZ7016
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing wetswijziging voorwaardelijke invrijheidstelling op vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf. Na een wetswijziging per 1 april 2012 werd hij uitgesloten van voorwaardelijke invrijheidstelling, waardoor hij langer moest blijven detineren. Eiser vorderde onmiddellijke invrijheidstelling, wat werd afgewezen door rechtbank en hof.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetswijziging zonder overgangsrecht onmiddellijke werking heeft, ook voor lopende straffen. De verlenging van detentie is geen nieuwe strafoplegging, maar een wijziging in de tenuitvoerlegging, en daarom niet in strijd met het legaliteitsbeginsel of het recht op persoonlijke vrijheid zoals neergelegd in het EVRM.
Hoewel de wetswijziging een zwaardere last voor eiser betekent, is dit volgens de Hoge Raad geen schending van het EVRM. Het beroep op gewekt vertrouwen en het zekerheidsbeginsel faalt, evenals het argument dat de wetgever een overgangsregeling had moeten treffen. De kostenveroordeling is eveneens terecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toepassing van de wetswijziging op lopende tenuitvoerleggingen zonder strijd met het EVRM.