Conclusie
Overmacht cq. AVAS
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens het illegaal verblijven in Nederland terwijl hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard. De verdediging voerde aan dat sprake was van overmacht, omdat de verdachte buiten zijn schuld niet in staat was Nederland te verlaten vanwege het ontbreken van reisdocumenten, mede door het niet afgeven van laissez-passer documenten door de Chinese autoriteiten.
Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij alle redelijke inspanningen had verricht om het land te verlaten. De Hoge Raad stelt echter dat sinds 24 december 2010 de strafoplegging bij veroordeling op grond van art. 197 Sr Pro (oud) in overeenstemming moet zijn met de Europese terugkeerrichtlijn 2008/115/EG. Dit houdt in dat de rechter zich ervan moet vergewissen dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen en dit in de motivering moet vermelden.
In deze zaak bleek uit het arrest van het hof niet dat deze verificatie had plaatsgevonden. Daarom vernietigt de Hoge Raad de strafoplegging, maar verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak benadrukt de noodzaak van naleving van Europese regelgeving bij strafoplegging in vreemdelingenzaken en verduidelijkt de ambtshalve toetsing door de Hoge Raad.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat de terugkeerprocedure conform de richtlijn is doorlopen.