Conclusie
eerste middelkomt op tegen de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde en klaagt dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan volgen dat de in de bewezenverklaring genoemde facturen valselijk zijn opgemaakt door daar (telkens) ‘een onjuist factuurbedrag’ op te vermelden.
tweede middelkomt op tegen de verwerping door het Hof van het verweer inhoudende dat er onvoldoende financiële ruimte is geweest om tot de betaling van de ‘commissies’ over te gaan.
derde middelklaagt over het oordeel van het Hof dat het onder 5 bewezenverklaarde “(gewoonte)witwassen” oplevert.
vierde middel, dat opkomt tegen de bewezenverklaring van het onder 5 tenlastegelegde en klaagt dat uit de bewijsvoering van het Hof niet kan worden afgeleid dat de verdachte het volledige bedrag aan omzet van [A] heeft witgewassen, geen bespreking. Ten overvloede merk ik op dat het bewezenverklaarde bedrag van € 401.434,- niet zonder meer uit de bewijsvoering van het Hof kan worden afgeleid, maar dat dit bedrag wel blijkt uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgehouden stukken van het dossier. In dit verband kan worden gewezen op het door de Rechtbank gebezigde bewijsmiddel 5. Daarnaast miskent de steller van het middel dat in het onderhavige geval geen sprake is van enige vermenging tussen legaal en illegaal verkregen geld, maar van geld verkregen op basis van valse facturen. De vergelijking met de door de steller van het middel genoemde jurisprudentie gaat dan ook mank. Dat de bank mogelijk een uitkering uit het bouwdepot had goedgekeurd indien overeenkomstig de werkelijkheid een uurtarief van € 8,- per werknemer was gefactureerd, maakt nog niet dat het thans uitbetaalde bedrag voor € 8,- legaal is verkregen.
vijfde middelkomt op tegen de strafmotivering en klaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een van de zijde van de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
zesde middelkomt op tegen de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen bankbiljetten.