Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. Het hof had vastgesteld dat verdachte meermalen valse facturen opstelde en geldbedragen verwierf en voorhanden had waarvan hij wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat het enkele verwerven of voorhanden hebben van geld afkomstig uit eigen misdrijf niet automatisch kwalificeert als witwassen. Er moet sprake zijn van gedragingen die gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die gelden.
Het hof had onvoldoende gemotiveerd dat verdachte meer deed dan enkel het verwerven en voorhanden hebben van de geldbedragen. Daarom is het oordeel dat sprake was van gewoontewitwassen ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het gaat om het witwassen en de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor gewoontewitwassen en strafoplegging, zaak terugverwezen naar hof voor hernieuwde beoordeling.