ECLI:NL:HR:2007:BA7923
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van witwassen eigen misdrijf en voorhanden hebben geld
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 2 oktober 2007 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van witwassen, medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie. Het hof had vastgesteld dat verdachte en zijn mededaders meerdere malen grote geldbedragen, verkregen uit misdrijven, hadden voorhanden gehad.
De verdediging voerde aan dat het enkel voorhanden hebben van geld dat uit eigen misdrijf afkomstig is, zonder verdere witwashandelingen, niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. De Hoge Raad oordeelde dat de wetsgeschiedenis van de witwasartikelen (art. 420bis t/m 420quater Sr) duidelijk maakt dat het voorhanden hebben van voorwerpen uit eigen misdrijf wel degelijk strafbaar is als witwassen. Dit onderscheidt zich van de heling, waar de heler-steler-regel geldt.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de verdachte niet kan worden veroordeeld voor witwassen omdat hij zelf de opbrengsten had geïnd. Ook het argument dat het enkele voorhanden hebben onvoldoende is om witwassen aan te nemen, werd afgewezen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de strafbaarheid van het voorhanden hebben van opbrengsten uit eigen misdrijf als witwassen en verwierp het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen van witwassen, medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie.