Conclusie
[verdachte]
eerstemiddel betreft kort gezegd een bewijsklacht ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 6.
tweedemiddel klaagt dat onder 6. ten laste gelegd noch bewezen verklaard is dat verdachte “opzettelijk” op of in de bodem de handelingen heeft verricht, te weten het op de bodem brengen van de 40 tot 50 balen hooi en/of bermmaaisel. Wel is bewezen verklaard dat opzettelijk niet aan zijn verplichting heeft voldaan alle redelijkerwijs van hem te kunnen vergen maatregelen heeft genomen en is het feit als misdrijf bewezen verklaard. Daartoe had het Hof volgens de steller van het middel niet kunnen besluiten. Het had gelet op de tekortschietende tenlastelegging en bewezenverklaring met toepassing van art. 62 Sr Pro een aparte straf voor feit 6 moeten opleggen.
derdemiddel klaagt dat het Hof het onder 8 bewezenverklaarde ontoereikend heeft gemotiveerd, meer in het bijzonder ten aanzien van kort gezegd het opzet op het handelen in strijd met de vergunningsvoorschriften en het medeplegen.